We streven ernaar vrij te zijn van gedachten en verwachten zo dichter bij onszelf te zijn. Gedachtes zitten ons in de weg bij het ervaren van contact met onze levendigheid. Grappig is dat we juist met gedachten proberen om deze gedachten te stoppen. Met als gevolg dat je gedachte het weer voor elkaar heeft: het voedt zich met de vraag zichzelf op te heffen. En dat is wat onmogelijk is voor de gedachte: vragen zichzelf op te heffen. Maar wat dan?
Ik hoor wel eens mensen dat ze vrij zijn van gedachten:
“Hoe meer ik in het 'nu' zit, hoe meer ik in het 'niets' leef en 'niets' weet”.
Vaak wordt er gezegd dat we in het 'nu' zitten of 'moeten' zitten, maar degene die werkelijk het 'nu' ervaart spreekt er niet over, simpelweg omdat het niet te benoemen is. En daarom wil ik er over schrijven :=)
Identificatie met het denken
Als kind hebben we niet geleerd om op onszelf te vertrouwen. We zijn geconditioneerd een 'goed' persoon te zijn, wat impliceert dat er goed en slecht bestaat. We mogen alleen het zogenaamde 'goede' doen. Hierdoor raken we afgescheiden van het leven dat door ons heen stroomt. Vanaf het moment we deze afgescheidenheid ervaren gaan we op zoek. We willen het gevoel van leegte die dit geeft vullen met iets van buiten. We gaan ons richten op de toekomst, buiten onszelf. Als ik dit doe, dan... Hier vindt het denken plaats en de identificatie met het denken. We vormen een beeld van onszelf en proberen hier aan te voldoen. Het denken denkt altijd dat het iets moet doen. Het wil ons beschermen tegen dingen als pijn en nare gevoelens. Het wil het beeld van onszelf bewijzen. Het denken vindt altijd plaats in het verleden of in de toekomst. Het verplaatst onze aandacht uit het nu, waarmee we ons de vreugde van het moment ontzeggen. Het denken staat voor de onmogelijke taak ons te beschermen voor alles wat in het 'nu' aanwezig is. Angst voedt het denken en denken voedt angst. Uit angst dood te gaan leven we niet.
Het verschil tussen aard en karakter
Als pasgeboren baby's leven we vanuit de eenheid, volgens onze aard. We huilen bij een onprettig gevoel en lachen als we ons goed voelen, we geven over aan onze slaap als we moe zijn. Er zit niets tussen. Het is door conditionering waarin ons karakter en ons denken wordt gevormd. Het karakter wil voldoen aan de normen/vragen van onze omgeving, wil 'goed' zijn. Het karakter mist het vertrouwen dat je al goed bent.
Vanuit je aard vind je jezelf goed, heb je geen oordeel. Het is aan ieder van ons te leven volgens onze aard en het karakter te laten varen.
Waar aard jij op?
Onderscheid maken tussen je aard en je karakter is heel simpel. Stel jezelf de volgende vragen:
In onderstaand rijtje zie je wat bij karakter en wat bij aard hoort.
karakter - aard
Vanuit je karakter lijk je keuze te hebben en is het belangrijk om de juiste beslissing te nemen.
Gezien vanuit je aard blijkt er geen keuze te zijn. Je hebt honger, je voelt emotie, je ervaart. Hier blijkt het precies omgekeerd te zijn. De vraag die hier past is: “Wat wil het leven met mij?”
Leven vanuit je aard
Het karakter laten sterven is een angstige gedachte. Waar kunnen we ons dan nog aan vasthouden? De gedachte niets te zijn, niet weten wat daar achter ligt maakt ons bang. We weten alleen wat we loslaten (onze gedachten). De schijnveiligheid die het geeft, waar we aan vasthouden, blijkt een illusie. Wanneer je dit loslaat, valt de is illusie weg. Dit geeft verwarring, maar is een felicitatie waard.
Dan hoef je niets meer 'op te houden'. Je zult meer ruimte en vrijheid ervaren. Je ware aard komt boven. Je behoefte om je af te zetten naar anderen, de noodzaak te moeten ontvangen van anderen zal wegvallen. Je hebt geen behoefte jezelf of een ander pijn te doen. Je hebt genoeg aan het leven zelf. Jij bent het leven. Je ervaart dat je wilt geven in plaats van ontvangen.
Het kan een troostende gedachte zijn te weten dat niet 'leven' en 'dood' tegenovergesteld zijn van elkaar, maar 'geboorte' en 'dood'. Leven is er altijd, deze ervaring kennen we allemaal op momenten dat het denken is weggevallen, bijvoorbeeld 's nachts...
Gelukkig hebben we onze dromen nog
Iedere nacht gaan we dood en we reïncarneren de volgende ochtend bij het wakker worden, schrijft Jeff Foster in zijn boek 'het begin van het nu'.´s Nachts laten we onze controle los (een soort dood) en staan we in contact met onze bron. Dromen vertellen alles wat je die dag niet hebt kunnen zien omdat je te druk was in je hoofd met verleden en toekomst. Dromen komen vanuit je aard en willen je iets naar je bewustzijn brengen. In je dromen kan alles. Er is geen afgescheiden persoon die het toezicht houdt, deze valt weg als je slaapt. Het lichaam zorgt voor zichzelf, het hart klopt, je ademt zonder dat iemand het zegt. Het systeem zorgt voor zichzelf. Dit is de wijsheid van het lichaam zelf. Er is heelheid. Het denken is stil.
Hoe kom je los van je denken?
Het antwoord ligt niet in het wegsturen van het denken. Dit is onmogelijk, omdat je dit vanuit het denken doet en dus hiermee het denken weer voedt. Het vraagt acceptatie van alles wat er is (ook je gedachte), het is er toch. Je mag de angst loslaten van het niet te weten. Het denken wil weten, het wil controle houden. Het denken heeft weerstand naar het moment van 'nu', het wil zoeken buiten zichzelf. Maar wat het vindt is nooit genoeg. Het wil altijd meer en meer om de leegte te vullen.
Los komen van denken is het toestaan van 'niet weten'. Accepteer het 'niet-accepteerbare (Eckhart Tolle). Vertrouw dat wat er nu gebeurt het beste voor je is. Er dient zich iets aan en wij zijn de opening waarin het leven zich kan afspelen. Wij zijn het leven, wij hoeven hier niets voor te doen. Dit is wat het hoofd niet kan volgen en dat mag, dat is goed.
Volgens Eckhart Tolle:
Nodig de aanwezigheid uit, zodat het kan groeien.
Verleg je aandacht naar aanwezigheid in je lichaam.
Voel dat je altijd op de achtergrond aanwezig bent.
Word bewust van je negatieve gedachten.
“Wat voel ik nu?”
“Wat denk ik nu?”
“Wat gebeurt er in me?”
De gedachte staat ten dienste van de behoefte en niet andersom!
Het idee bestaat dat het de bedoeling is om uiteindelijk zonder gedachten te leven. Dit is een misvatting. Dat zou betekenen dat gedachten een nutteloos iets zouden zijn. Dit is absoluut niet het geval. Ze zijn een handig gereedschap voor ons. We hebben onze gedachten niet voor niets. Wanneer gedachten ontstaan vanuit het 'hier en nu', kunnen we ze gebruiken en pas weer loslaten als ze ons niet meer van nut zijn. Het is de gehechtheid en de identificatie met de gedachte waardoor we er zo'n waarde aan hechten en ons doen laten geloven dat ze op de eerste plaats moeten komen staan. We hebben de volgorde omgekeerd door als eerste onze aandacht naar onze gedachten te richten in plaats van naar onze behoefte. Daardoor weten we niet meer wat we willen of waar we behoefte aan hebben. We zijn het contact met onszelf, onze aard kwijt en zeggen niet meer te weten wie we zijn en wat we echt willen.
Dus:
Rusten in verbondenheid met het universum
We raken vaak verward in onze gedachten doordat we ons ermee identificeren. Door dit te doen plaatsen we ons los van het leven zelf. We scheiden ons af van dat wat 'is'.
Wij zijn het leven zelf. Jij en ik, we staan niet los van elkaar. Zullen we ons laten vallen in de handen van het leven? Kom daar gaan we...
© Copyright 2009 Maan Ballemans